"Een mens heeft een eigen wereld. Hij is een individu. Ieder mens heeft een vader en een moeder, zijn familie. Ieder mens heeft een omgeving waar hij opgroeit en die hij goed leert kennen. Dat is zijn territorium. En al deze werelden zijn ingebed in een grote wereld die we een gemeente of een provincie, een regio of een staat of Europa of ‘de’ wereld noemen. Het dorp is een oude en afgemeten vorm voor het territorium van de mens. Het is de bekende wereld. Niet alleen de dingen, ook de mensen zijn daar bekend."

Uit: Handvest van de beweging Cultural Villages of Europe.

Lijndonk

Buurtschap Lijndonk ligt in het buitengebied van het Brabantse dorpje Bavel (gemeente Breda). In het oog van deze buurtschap staat onze boerderij, een rijksmonumentale Kempische Langgevelboerderij uit 1802. Omgeven door gemeentelijke en monumentale panden, weien, bossages, akkers en sloten vormt dit stukje Brabant nog enigszins een natuurlijk boerenlandschap anno 2006. Om de hoek grazen de koeien, blaten de schapen en stappen paarden in de wei. De buurtschappen 'Tervoort’en ‘Lage Aard’ grenzen aan buurtschap Lijndonk. De wegen vallen onder het begrip cultuurhistorische linten. Dus al met al een nostalgisch plaatje. Sluit je ogen en denk aan Wim Sonneveld met zijn lied Het Dorp. Bavel met Lijndonk als achterland is dan in beeld en in geluid.

Een stukje geschiedenis

Het gebied rond Bavel is waarschijnlijk al in de Nieuwe Steentijd (4000-1700 voor Christus) bewoond geweest. Op Lijndonk zijn in ieder geval wat spullen uit die tijd gevonden. Maar de officiële geschiedenis van Bavel, Lijndonk en Tervoort begint in 1299, toen Bavel, Lijndonk en Tervoort net als Gilze en Ginneken tot het grondgebied van de abdij van Thorn behoorden. In dat jaar sloot de abdij een overeenkomst met de pastoor van Gilze, waarbij werd vastgesteld dat de tienden van Bavel niet voor de abdij waren, maar voor de pastoor en de kapelaans van de moederkerk Gilze. In de akte werden naast Bavel ook Lijndonk (Lyndonk) en Tervoort (de Voort) genoemd. Vanaf die tijd is het gebied onafgebroken bewoond geweest en zijn de gronden meer en meer in agrarisch gebruik, tot heden toe.

Kenmerkend voor ons gebied zijn de beken; de Gilzewouwerbeek en de Molenley, die lopen van het zuidoosten naar het noordwesten. Ten westen en noorden van Bavel vloeien deze beken samen en gaan als Molenley verder. Lijndonk ligt tussen de dalen van de Molenley en de Gilzewouwerbeek op een hoge rug (donk betekent een hoger deel in het landschap), een met dekzand bedekt gebied. De Gilzewouwerbeek stroomt door een dal en langs de Molenley komen enkele dalvormige laagten voor.

Bij Lijndonk bezat de abdij van Thorn tot 1234-1277 nog het bos Lindenhout (Lyndeholt). De heer van Breda heeft zich dit bos in die tijd toegeëigend. In 1699 was er nog een stukje over en in 1832 was er nog wat domeingrond. Dit bos was kennelijk een laatste restant van het hier alomtegenwoordige vroegmiddeleeuwse boslandschap. Nog in 1840 lagen in het cultuurlandschap nogal wat kleine heideperceeltjes verspreid; een groot blok heide lag bij lijndonk tegen de Molenley. Dit waren restanten van de vroegere woeste gronden.

Het patroon van doorgaande wegen in Bavel lijkt wat op dat van de beken. Een ster van "kerkwegen" verbond de kerk met de gehuchten. Deze wegen lopen naar het zuidoosten en het zijn er drie. De noordelijkste loopt van Tervoort over Lijndonk naar de zuidrand van de cultuurgronden van Molenschot en ‘verdwijnt’ dan op de grote Gilze Heide.

Ook de naamgeving behoort tot het cultuurhistorisch erfgoed:

Lijndonk. Een donk is een lichte opduiking in een laag gebied, een hoger deel in het landschap. Donknamen bevatten vaak elementen uit de plantenwereld. Zo ook Lijndonk. ‘Lijn’ duidt op linde. De linde komt ook voor in de naam Lyndeholt (holt/hout=hoog opgaand bos), de oude naam voor Lijndonk.

Tervoort. Deze naam is afgeleid van het woord ‘voord’. Voorden vormden de doorgangen op de kruising van wegen en waterlopen. Ook beken waren vroeger nog moeilijk te passeren plaatsen, omdat bruggen meestal ontbraken. Voor een goede voorde was het nodig dat de bodem hard was (bijvoorbeeld met stenen belegd); men moest er immers met karren door kunnen rijden zonder vast te raken of om te slaan. Soms heette een voorde kortweg de Voort (zie de akte uit 1299). Aan een dergelijke voorde dankt het gehucht Tervoort zijn naam. Vaak zijn voorden genoemd naar het gehucht waar ze liggen. Zo heette de voorde in de Gilzewouwerbeek de Lyndongervoord op de grens tussen Lijndonk en Bolberg.

Lage aard. Aarde betekent ‘gemeenteweide, -heide, -bos, -grond, ook wel ‘gemene weide’ of ‘het gemene veld waar de schaapskudde graasde’. Op de grens van Gilze en Ginneken lag een Aard, waarvan de hoge en lage delen genoemd werden Hoge en Lage Aard. Aarden lagen niet altijd op heidegrond, zoals blijkt uit het adjectief Lage Aard te Lijndonk.

Gilzewouwerbeek (op een topografische kaart uit 1868 nog Wouwerbeek). Een wouwer is een visvijver. Deze kwam in de late middeleeuwen volop voor. Ook de heer van Breda had op de Aard onder Lijndonk een paar wouwers, waaronder een zeer grote. Deze leverden vis voor zijn keuken. De beek die door een van de wouwers liep werd later de Wouwerbeek of Gilzewouwerbeek genoemd.

schapen in de wei.

oude houten schuur.

lijndonkseweg als historisch lint

een weidse blik verruimt de geest

ruimte

van lijndonk naar bavel

  startpagina