correspondentie-adres: Lijndonkseweg 1 - 4854 NJ Bavel tel. 0161-433068 - g.dirven@wanadoo.nl

SCHRIFTELIJKE REACTIE OP DE STARTNOTITIE MILIEUEFFECTRAPPORT PARK BAVELSE BERG.

Het Platform Lijndonk-Tervoort en de Klankbordgroep Breda Oost zijn via de Startnotitie Park Bavelse Berg en in de vergadering van 30 oktober 2006 van de Klankbordgroep geconfronteerd met een forse ophoging van de activiteiten op het Park, o.a. leidend tot 2 miljoen bezoekers per jaar = 40.000 per week. Direct na de vergadering heeft de Klankbordgroep het volgende gesteld: “ De opschaling leidt in onze ogen tot verhoging van de overlast en tot versterking van de uitstralingseffecten wat geluid, verkeer en mogelijk ook fijnstof betreft naar de dorpen Bavel, Tervoort en Dorst en het tussenliggende buitengebied. Dit betekent ons inziens ook een afwijking van hetgeen wij in 2004 met de gemeente aan uitgangspunten voor het evenemententerrein zijn overeengekomen.”

Nu de gemeente duidelijk heeft uitgesproken uiterst zorgvuldig met burgers te willen communiceren gaan wij er van uit in de toekomst in een eerder stadium en op een andere wijze over wijzigingen in plannen te worden geïnformeerd.

Nu de voornaamste knelpunten:

I. Geluidsbelastende buitenevenementen.

In het Structuurplan Bavel, Beek en Berg staat dat er grenzen zijn aan het aantal geluidbelastende buitenevenementen en vervolgens: “Wettelijk is dit beperkt mogelijk voor maximaal 12 keer per jaar.” (pagina 83) De Startnotitie stelt op pagina 13: “Vooralsnog wordt uitgegaan van circa 8 tot 18 geluidsbelastende buitenevenementen per jaar.” Tijdens de informatieavond van 31 januari jl. is ons gebleken dat de gemeenteraad de bevoegdheid heeft ontheffing te verlenen van het maximum van 12 geluidsbelastende buitenevenementen (= dagen). Zowel de Klankbordgroep Breda Oost als de vertegenwoordiging van het buitengebied waren al kritisch m.b.t. het maximum van 12 buitenevenementen per jaar op korte afstand van Bavel en op een paar honderd meter van het nieuwe dorp Tervoort. Het aantal van 18 buitenevenementen is voor ons daarom volstrekt onaanvaardbaar, omdat dit zou betekenen dat een groot aantal van de weekenden in de zomermaanden verpest zou worden door aanzienlijke geluidsoverlast.

De reden waarom het aantal van 12 naar 18 geluidsbelastende buitenevenementen is verhoogd kan alleen maar gelegen zijn in het feit dat het evenemententerrein bij ‘slechts’ 12 evenementen niet rendabel geëxploiteerd kan worden. Dat zo zijnde blijft het gevaar bestaan dat de gemeenteraad later ontheffing zal verlenen voor een nog hoger aantal. Los van het feit dat wij een grens stellen van maximaal 12 geluidsbelastende buitenevenementen dient het MER in onze ogen zo duidelijk te zijn dat daarmee voorkomen wordt dat de gemeenteraad in de toekomst de grens naar boven kan bijstellen

Bij de beschouwing van de geluidbelasting voor de omgeving door het gebruik van het evenementencomplex dient naast de directe belasting door buitenevenementen ook de voorbereiding daarop (opbouw en afbouw, uittesten geluidsapparatuur e.d.) betrokken te worden. Als daarbij sprake is van geluidbelasting dienen deze dagen beschouwd te worden als behorend tot de maximaal 18 (12) geluidsbelastende dagen.

Wij verzoeken in het MER helder aan te geven welke concrete maatregelen genomen worden om de geluidsoverlast voor de direct omwonenden én voor de overige bewoners van (het toekomstige dorp) Lijndonk-Tervoort zoveel mogelijk te beperken.

II. Ontsluiting.

II.1. Vooraf.

In het Ontwerp Structuurplan Landelijk wonen in Lijndonk-Tervoort is slechts de hoofdverkeersstructuur indicatief aangegeven door middel van een drietal ‘inprikkers’ vanaf de A58, A27 en richting Dorst. Over de interne verbinding binnen het dorp Lijndonk-Tervoort van deze drie ‘inprikkers’, door middel van een centrale ontsluiting of door middel van een rondweg, is nog geen uitspraak gedaan. Dat geldt ook voor de exacte locatie van de ‘inprikkers’. De interne verkeersstructuur van Lijndonk-Tervoort wordt in een later stadium uitgewerkt.

Dit is winst ten opzichte van het Voorontwerp Structuurplan, waar sprake was van een doorgaande weg vlak langs het centrum van het nieuwe dorp. Maar oogmerk van de gemeente blijft dat er een weg komt door het gebied van Lijndonk-Tervoort tussen de A58 en A27 met optioneel een aftakking naar het noorden (N282).

Nu hebben de bewoners van het buitengebied en de Klankbordgroep Breda Oost in het overleg met de gemeente over het evenemententerrein van meet af aan duidelijk gesteld, dat het dorp Bavel en het buitengebied niet belast mogen worden met verkeer naar en van dit evenemententerrein. Ontsluiting slechts via de A27-zuidelijke rondweg. Deze voorwaarde voor steun aan het evenemententerrein geldt temeer nu in het gebied van Lijndonk-Tervoort een dorp met maximaal 3000 woningen is gepland.

Daarnaast is het Platform Lijndonk-Tervoort van oordeel dat de verkeersstructuur ten behoeve van de ontsluiting van het dorp Lijndonk-Tervoort niet mag dienen voor doorgaand verkeer o.a. tussen A58 en A27.

II.2. Startnotitie.  

De Stuurgroep Buitengebied Bavel heeft in zijn zienswijze op het MER Breda Oost het vermoeden uitgesproken dat de ontsluitingsvarianten 1a, 2a en 3a (nu de weg door het gebied van Lijndonk-Tervoort) ook gebruikt zouden worden voor de ontsluiting van de Bavelse Berg. De gemeenteraad heeft hierop op 26 oktober jl. in de Nota van Commentaar geantwoord: “Het is echter zeer waarschijnlijk dat bij het realiseren van de Bavelse Berg de verkeersontsluiting geen gebruik kan maken van een van de ontsluitingsvarianten zoals die worden genoemd. De ontsluiting zal dan ook geheel plaatsvinden via de A27 en een kleiner deel via Minervum.”

U  begrijpt dan onze verbazing als wij in de Startnotitie lezen dat onderzocht zal worden:

- welke invloed de realisatie van een nieuwe rondweg tussen A27 en A58 heeft op het verkeer (= de ontsluiting van de Bavelse Berg) ten opzichte van alleen een aansluiting op de A27; 

- welke invloed een aansluiting op de N282 heeft op het verkeer ten opzichte van alleen een aansluiting op de A27.

Dit betekent dat de MER gaat onderzoeken of de Bavelse Berg via de weg gepland langs het centrum van het nieuwe dorp of door het gebied van Lijndonk-Tervoort ontsloten kan worden. Dit is voor de bewoners van Lijndonk-Tervoort en dus voor het Platform gezien het onder ´Vooraf´ gestelde onaanvaardbaar. Wij verwachten van de gemeenteraad een consistente lijn met betrekking tot dit punt en dus het schrappen van een onderzoek naar ontsluitingsmogelijkheden via het dorp of gebied van Lijndonk-Tervoort naar de A58 en N282. Nu is de tegenwerping dat men zoveel mogelijk wil laten onderzoeken, opdat later niet verweten kan worden iets niet onderzocht te hebben. Maar waar College en Raad stellen dat de ontsluiting van de Bavelse Berg geheel via de A27 en een kleiner deel via Minervum moet plaatsvinden, achten wij het vreemd en niet vertrouwenwekkend dat men toch laat onderzoeken wat men niet wil.

Het Park Bavelse Berg dient naar ons oordeel uitsluitend ontsloten te worden via de A27 en zo nodig via het Park zelf naar de N282.

We lezen in de Startnotitie op pagina 36 ook nog het volgende: “Verkeer gericht op het noorden (dus vanaf A58) heeft door ontsluitingsvariant 2a uit het MER Breda Oost twee verschillende mogelijkheden om de A27 te bereiken, zowel via de aansluiting Breda als de aansluiting Breda Noord (via de N282).”

Deze passage is niet te begrijpen gezien hetgeen de Commissie voor de Milieueffectrapportage in het Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop van 22 september 2006 schrijft: “Uit het MER wordt duidelijk dat een verdere groei van het autoverkeer op de A58-A27 in de toekomst zal leiden tot aanzienlijke congestie en als gevolg daarvan op een grote kans op sluipverkeer over de nieuwe randweg langs Bavel. Het MER beschrijft geen maatregelen daartegen. Uit de nadere toelichting blijkt dat bij de aansluitingen van de randweg op de A58 en A27 zogenoemde ‘doseerpunten’ worden gerealiseerd om onbedoeld verkeer te beperken. Naar de mening van de Commissie is dit een goede maatregel, maar zal deze sluipverkeer waarschijnlijk niet voldoende kunnen voorkomen.”

De MER-commissie spreekt nog van onbedoeld verkeer. Maar zoals het hier staat is de weg door Lijndonk-Tervoort juist mede bedoeld om verkeer tussen A58 en A27 mogelijk te maken. Gebruik van een weg door het dorp of het gebied van Lijndonk-Tervoort voor ontsluiting van de Bavelse Berg en van bedrijventerrein Bavel Zuid en voor doorgaand verkeer tussen A58 en A27 is voor Platform Lijndonk-Tervoort onaanvaardbaar.

Naar ons oordeel gaat de gemeente hiermee in tegen het advies van de MER-commissie om “bij de verdere uitwerking van de toekomstige wegenstructuur in het plangebied nadrukkelijk rekening te houden met (het ontbreken van) de kwaliteit van het aansluitende wegennet en de maatregelen die dit vraagt” (pagina 6 van het toetsingsadvies).

Gezien hetgeen in de Startnotitie beoogd wordt te onderzoeken verzoeken wij helder aan te geven welke met betrekking tot ontsluitingsvariant 2a c.q. de weg door het dorp of het gebied van Lijndonk-Tervoort de cumulatieve effecten zijn van:

- ontsluiting van het dorp Lijndonk-Tervoort met maximaal 3000 woningen;

- ontsluiting van het bedrijventerrein Bavel Zuid (maximaal 90 ha);

- ontsluiting van Park Bavelse Berg met 2 miljoen bezoekers, waarvan ca. 1 miljoen;

- bezoekers van evenementen (pieken) en ca. 1 miljoen bezoekers/klanten van;

- bedrijfsvestiging, detailhandel, e.d. (gespreid bezoek) en met ca. 800 medewerkers (woon-werkverkeer);

- bedoeld en onbedoeld (sluip)verkeer tussen A58 en A27.

Wij gaan er van uit dat de uitbreiding van Bavel met minimaal 600 woningen niet ontsloten zal worden via variant 2a/een weg door of langs het dorp Lijndonk-Tervoort. Mocht dit toch (deels) het geval zijn dan dient dit bij de cumulatieve effecten te worden meegenomen.

De cumulatieve effecten betreffen zowel de verkeersbelasting/verkeersintensiteiten (wegvakken, kruispuntbelastingen en oversteekbaarheid)  als de geluidbelasting en de uitstoot van stoffen.

III. Helihaven.

Wij zijn ook van oordeel dat een helihaven dicht bij de bebouwde kom van Bavel en nog veel dichter bij Tervoort onnodig bijdraagt aan de geluidbelasting van deze dorpen. Daarom dient een helihaven, mocht die al nodig zijn, verder van bebouwd gebied te liggen, hetgeen ook in overeenstemming zou zijn met het landelijk beleid.  

IV. Milieubelastende stoffen.

Het Platform Lijndonk-Tervoort verzoekt dringend om in het MER helder aan te geven van welke milieubelastende stoffen bekend is dat deze in de bodem/het grondwater aanwezig zijn en te onderzoeken – naar aanleiding van de recente vondsten van uranium bij vroegere vuilstorten in Oosterhout en Gilze – of er bij de Bavelse Berg eveneens sprake is van uranium in de grond nabij de Bavelse Berg. Tevens dient onderbouwd aangegeven te worden of de aanwezigheid van die stoffen gevolgen heeft voor de activiteiten op de Bavelse Berg en bij die activiteiten voor de omringende bevolking.    

Bavel, 19 februari 2007.

 

 

INSPRAAKREACTIE op het VOORONTWERP STRUCTUURPLAN 

‘LANDELIJK’ WONEN IN LIJNDONK-TERVOORT

Vooraf. 

De bewoners van Lijndonk-Tervoort zijn uiteraard niet blij met hetgeen er in hun gebied gaat gebeuren. Wel zijn wij er zeer content mee dat wethouder Schoenmakers ons via het Platform Lijndonk-Tervoort een eigen overlegorgaan met de gemeente en inspraakorgaan heeft geboden. Hoewel de bevolking van Lijndonk-Tervoort gedifferentieerd is samengesteld – agrariërs en ‘burger’bewoners, oorspronkelijke bewoners en ‘import’, oud en jong – en hoewel daardoor ook sprake is van verschillende belangen hebben wij er van meet af aan voor gekozen één Platform te vormen en daarbinnen – in overleg met de achterbannen – te trachten gezamenlijke standpunten te formuleren.


Zoals gesteld: wij zijn niet blij met de aangekondigde plannen. Aan het ‘landelijk’ wonen,zoals wij dat tot nu toe beleven of aan de agrarische bedrijfsvoering van een aantal van onze bewoners komt onherroepelijk een einde. Anderzijds zijn wij van oordeel dat wij ‘landelijk’ wonen niet exclusief voor onszelf kunnen claimen. Als 44% van de Bredase huishoudens aangeeft ‘landelijk’ of ‘dorps’ te willen wonen (ook al is dit anders ‘landelijk’ dan wij nu wonen), moeten wij dat respecteren en daarvoor – letterlijk – ruimte bieden.


Het Platform Lijndonk-Tervoort heeft daarom in overleg met zijn achterban de volgende opstelling in het overleg met de gemeente gekozen: we verzetten ons niet consequent tegen alle plannen van de gemeente, maar proberen deze in de door ons gewenste richting te beïnvloeden. Dit sluit uiteraard niet uit dat we ons wel consequent tegen bepaalde onderdelen van het Structuurplan zullen verzetten.

In dit kader moet het college van burgemeester en wethouders onze inspraakreactie op het Voorontwerp Structuurplan Lijndonk-Tervoort dan ook lezen.


Uitgangspunten.

Groenblauwe raamwerk.

Wij zijn het in principe eens met het gekozen uitgangspunt: een groenblauw raamwerk als mal met daarbinnen ruimte voor woningbouw.

Voordat wij hier verder op ingaan stellen wij onomwonden dat realisering van dit raamwerk slechts mogelijk is als er vooraf volstrekte helderheid is over de positie van de agrariërs in dit gebied. Dit is wat ons betreft een voorwaarde vooraf. Het groenblauwe raamwerk mag er niet komen ten koste van de agrariërs, die in het gebied hun bedrijf geheel of gedeeltelijk uitoefenen. Wij herhalen hier dan ook ons eerder uitgesproken standpunt: De gemeente moet de agrariërs zodanig uitkopen dat zij hun bedrijf elders kunnen voortzetten. Doet of kan de gemeente dat niet dan mogen aan die bedrijven geen eisen of beperkingen worden opgelegd die de bedrijfsuitoefening belemmeren, tenzij gemeente en betreffende agrariër daarvoor een compensatie overeenkomen.

Dit gesteld hebbend zijn wij van oordeel dat het gekozen uitgangspunt van raamwerk (mal), waarbinnen bebouwing (contramal) tot consequentie heeft dat naast realisering van het woningbouwprogramma ook het groenblauwe raamwerk gerealiseerd mag worden.

Wij verwachten dat de realisering – inclusief aankoopbedragen en compensaties voor de agrariërs – gefinancierd wordt enerzijds uit de exploitatie van de woningbouw in Bavel-Zuid en Lijndonk-Tervoort en anderzijds uit externe gelden (Provincie, Waterschap, Staatsbosbeheer en Dienst Landelijk Gebied).

Ons inziens moeten tegelijk met het bestemmingsplan voor het groenblauwe raamwerk ook het financieringsplan en het plan voor beheer en onderhoud gereed zijn.

Tot het buitengebied van het toekomstige dorp behoort ook het gebied van Lijndonk, dat aanvankelijk bestemd was voor bedrijventerrein. Nu dit er niet komt, gaan wij er van uit dat de agrarische bedrijven daar onveranderd kunnen worden voortgezet in een primair agrarisch gebied. Zeker gezien het feit dat de wet voorkeursrecht gemeente, WVG, medio 2007 op dit gebied komt te vervallen, zoals is toegezegd tijdens de inspraakavond van 13 november jl. Wij hechten hier enerzijds aan, omdat de betreffende agrariërs zo zekerheid voor de toekomst hebben en anderzijds omdat op deze manier de aloude relatie tussen Brabantse dorpen en de landbouw ook hier in stand blijft.


Nieuw dorp.

Wij zijn het ook eens met het uitgangspunt dat, om aan de behoefte aan ‘landelijk’ wonen te voldoen, in plaats van een nieuwbouwwijk een nieuw dorp wordt gecreëerd niet in de zin van een traditioneel dorp (nieuwe dorpen worden nooit meer de oude), maar als een zelfstandige gemeenschap met een eigen identiteit en een sociale samenhang. Positief zijn wij over de volgende elementen:

- het voornemen om het dorp op kleinschalige, organische wijze te laten groeien rondom een centrale ruimte (brink of marktplein) en om met die centrale ruimte beginnen;

- het plan om in te zetten op de bouw van starterswoningen, op goedkope en middeldure woningen en op ouderenwoningen naast woningen in het duurdere segment. Dat daarbij wordt uitgegaan van een percentage tot 35% aan bereikbare huurwoningen en goedkope koopwoningen heeft onze instemming. Positief is ook dat er in alle fasen van de ontwikkeling van Lijndonk-Tervoort aandacht zal zijn voor particulier opdrachtgeverschap, individueel én collectief. Dat de stedenbouwkundige opzet uitgaat van enerzijds een traditionele individuele verkavelingsstructuur en anderzijds van een collectieve verkavelingsstructuur om het dorp een groene uitstraling te geven beoordelen wij in principe als positief, maar zal in zijn uitwerking pas echt goed beoordeeld kunnen worden.

- Ook wijzelf pleiten voor sociale diversiteit: hoge-, midden- en lage inkomens, jong en oud (drie generaties), mensen met een handicap of zorgbehoevenden, allochtonen. Sociale diversiteit draagt immers bij aan levendigheid. Binnen een dorp met een gedifferentieerde bevolking moeten ons inziens wel relatief homogene buurten van 70 á 100 huizen mogelijk zijn. Zo kan immers een balans ontstaan tussen homogeniteit en diversiteit;

- het belang dat gehecht wordt aan het van meet af aan realiseren van voorzieningen als winkels (supermarkt, kleinere winkels), school, kinderopvang, gemeenschapshuis, huisarts, kerkruimte met toren e.d. Daarbij kan gekozen worden voor een multifunctionele accommodatie, maar ook voor een zgn. Kulturhus (een combinatie van non-profit en zakelijke dienstverlening vanuit één gebouw en aangestuurd door één beheersmanagement);

- de keuze voor het realiseren van een groot aantal groene recreatieve zichtlijnen en verbindingen naar het groenblauwe raamwerk. Traditioneel bij een dorp is immers de relatie met het omliggende buitengebied en het landschap van belang;

- de betekenis die de historische linten krijgen in het plan en het feit dat deze linten gevrijwaard blijven van doorgaand verkeer en alleen toegankelijk worden gemaakt voor langzaam verkeer en bestemmingsverkeer.

Wij hebben nog wel de volgende opmerkingen/vragen:

Het zoekgebied voor woningbouw s volgens het MER Breda-Oost ca 125 ha groot. Hiermee is waarschijnlijk bedoeld het bruto oppervlak. Daar gaat dus ruimte vanaf voor:

- de huispercelen van de huidige bewoners;

- de ruimte voor de voorzieningen, voor de verkeersstructuur en opvang van hemelwater, voor openbaar groen en speelterreintjes.

Hoeveel ha netto blijven er dan over voor de woningbouw? Is het aantal van 3.000 woningen dan niet te groot om werkelijk ´landelijk´ en ´dorps´ wonen te realiseren? Moeten we niet een maximum stellen van 2.500 woningen?

Daarnaast vinden wij dat hoogbouw niet past bij het karakter van een dorp van deze omvang. Daarom willen wij graag in het Structuurplan vastgelegd zien dat er gebouwd zal worden in maximaal drie bouwlagen.

Ontsluiting van het dorp Lijndonk-Tervoort.

Wij begrijpen uiteraard dat een dorp met ca 2.500 woningen ontsloten moet worden en dat daarvoor een ontsluitingsstructuur nodig is. Maar wij begrijpen niet en accepteren ook niet dat de verkeersstructuur voor de ontsluiting van Lijndonk-Tervoort, die door het dorp en vlak langs het dorpscentrum gepland is, ook gebruikt gaat worden voor de ontsluiting van het Park Bavelse Berg (althans de mogelijkheid daartoe wordt in de MER Bavelse Berg onderzocht), voor de ontsluiting van het bedrijventerrein Bavel-Zuid en voor verkeer tussen A58 en A27. Wij begrijpen ook de tegenstrijdigheden rond deze kwestie niet.

Zo heeft de Stuurgroep Buitengebied Bavel in haar zienswijze op het MER Breda-Oost het vermoeden uitgesproken dat de ontsluitingsvarianten 1a, 2a en 3a ook gebruikt zouden gaan worden voor de ontsluiting van de Bavelse Berg. De gemeenteraad heeft hierop op voorstel van het college van b. en w. in zijn vergadering van 26 oktober jl. het volgende geantwoord:“Het is echter zeer waarschijnlijk dat bij het realiseren van de Bavelse Berg de verkeersontsluiting geen gebruik kan maken van een van de ontsluitingsvarianten zoals die worden genoemd. De ontsluiting zal dan ook geheel plaatsvinden via de A27 en een kleiner deel via Minervum.”Een duidelijk standpunt dus.

Het is dan ook niet goed te begrijpen en het getuigt niet van een consistente lijn dat we in de Startnotitie Park Bavelse Berg van 25 oktober jl. lezen dat onderzocht zal worden:

- welke invloed de realisatie van een nieuwe rondweg tussen A27 en A58 heeft op het verkeer, hier doelend op de ontsluiting van de Bavelse Berg, ten opzichte van alleen een aansluiting op de A27;

- welke invloed een aansluiting op de N282 (variant 2a) heeft op het verkeer ten opzichte van alleen een ontsluiting op de A27.

De MER gaat dus onderzoeken of ontsluitingsvariant 2a gebruikt kan worden voor de ontsluiting van Park Bavelse Berg. Wij vinden (zoals ook bepleit in de raadscommissie onderwijs en economie) dat dit achterwege moet blijven en dat beter onderzocht kan worden op welke wijze een ontsluiting via Park Bavelse Berg zelf naar de A282 kan plaatsvinden.

Wij hebben ook steeds gesteld geen doorgaand verkeer of sluipverkeer van A58 naar A27 via de weg door Lijndonk-Tervoort te accepteren. Ons vermoeden en onze vrees dat van dit doorgaand verkeer toch sprake zal zijn wordt gevoed door hetgeen de onafhankelijke Commissie voor de Milieueffectrapportage op 22 september jl. hierover schrijft: “Uit het MER wordt duidelijk dat een verdere groei van het autoverkeer op de A27-A58 in de toekomst zal leiden tot aanzienlijke congestie en als gevolg daarvan op een grote kans op sluipverkeer over de nieuwe randweg langs Bavel. Het MER beschrijft geen maatregelen daartegen. Uit de nadere toelichting blijkt dat bij de aansluitingen van de randweg op de A58 en A27 zogenoemde ‘doseerpunten’ worde gerealiseerd om onbedoeld verkeer te beperken. Naar de mening van de commissie is dit een goede maatregel, maar zal deze sluipverkeer waarschijnlijk niet voldoende kunnen voorkomen.”

We bevinden ons dus ook hier in goed gezelschap. Daarom is het des te verwonderlijker dat in de Startnotitie Park Bavelse Berg van 25 oktober jl. onder paragraaf ‘autonome ontwikkelingen in het gebied’ het volgende vermeld staat: “Verkeer gericht op het noorden (dus vanaf A58) heeft door ontsluitingsvariant 2a uit het MER Breda-Oost twee verschillende mogelijkheden om de A27 te bereiken, zowel via de aansluiting Breda als de aansluiting Breda-Noord (via N282).” Hoezo onbedoeld verkeer, zoals de MER-commissie no dacht?, vragen wij ons dan af. Gewoon bedoeld of in ieder geval toegestaan doorgaand verkeer.

Zo’n weg door ons toekomstige dorp met niet alleen eigen ontsluitingsverkeer, maar ook met doorgaand verkeer en verkeer vanaf en naar Park Bavelse Berg is niet aanvaardbaar. Vooral ook niet omdat de weg vlak langs het centrum van het dorp gepland is, het centrum waar kinderen naar school gaan, de mensen - met name ook ouderen - hun boodschappen doen en van andere voorzieningen gebruik maken. Zo’n drukke en daarom ook gevaarlijke weg tast naast problemen als geluidsoverlast en toename fijnstofproblematiek en ondanks maatregelen als 30-km-zone, geluidsarm asfalt en afstand tussen weg en woningen bij voorbaat de leefbaarheid van het dorp aan en brengt ruimtelijk en in de beleving een tweedeling te weeg, die het ontstaan van sociale samenhang in het dorp sterk zal bemoeilijken. Voor de huidige bewoners van Lijndonk-Tervoort is een Structuurplan Lijndonk-Tervoort met een dergelijke ontsluitingsstructuur dus niet acceptabel. Los van hoe we de overige onderdelen van het Structuurplan beoordelen wijzen we dit Structuurplan Lijndonk-Tervoort op basis hiervan categorisch af.

Wij hopen werkelijk dat in overleg met ons een zodanig alternatief kan worden ontwikkeld, dat wij ons “neen” tegen dit Structuurplan kunnen intrekken, zodat we ons op de andere punten kunnen richten.

Vraag naast het voorgaande is nog of voor de ontsluiting van Lijndonk-Tervoort ontsluiting naar het zuiden (A58) noodzakelijk is. Zullen toekomstige inwoners voor werk, ontspanning e.d. niet zozeer op Breda gericht zijn dat ontsluiting via de A27 en zuidelijke rondweg voldoende is? M.a.w. kan de gemeente aantonen dat ontsluiting van Lijndonk-Tervoort via het groenblauwe raamwerk naar de A58 beslist noodzakelijk is?

Gezien de doelgroepen waarop het Structuurplan zich voor Lijndonk-Tervoort richt (m.n. ook gezinnen met kinderen) is een goede en veilige (verkeersveilig en sociaal veilig) fietsroute naar Bavel en vandaar naar Breda noodzakelijk. Wij vragen ons af hoe de gemeente zo’n route langs de historische linten wil realiseren.

4 december 2006.

startpagina